In Memoriam: Leo Achterbergh

Afgelopen week is Leo Achterbergh op 96-jarige leeftijd overleden. Leo Achterbergh was kunstschilder en teken- en schilderdocent en kon met recht de eminence grise van de Son en Breugelse kunstgemeenschap worden genoemd. Vorig jaar publiceerde weekblad Forum een interview met Leo Achterbergh. Het artikel herplaatsen wij ter nagedachtenis aan Leo Achterbergh hier in zijn geheel.
                                    
door Jan Burgers | Olga Toirkens
15-04-2018, 08:35
Ik kan zo genieten van een potlood op papier, dat millimetertje potlood waardoor een lijn op papier komt. Het gaat mij om de weg, om het zetten van de lijn. En wat er dan uit voortkomt, tja, dat wacht ik altijd maar af. Het gaat om het zoeken, om het vinden van de weg. Maar dat is in het hele leven zo.” “De weg die ik bewandel vind ik belangrijker dan het doel. Het doel is iets vaags in de toekomst, maar de weg die heb je onder je voeten. En onderweg doe je ervaringen op. Negatieve ervaringen bestaan niet. Of de ervaring nu leuk is of niet is niet belangrijk. De ervaring an sich is belangrijk. Als je het zo bekijkt heb je de meeste kans om positief te blijven. Zelfs in mijn tijd in het jappenkamp.” Leo Achterbergh is geboren en getogen op Java, Nederlands Indië. De liefde voor tekenen zat er al vroeg in. “Als kind tekende ik al veel. De meisjes stonden in de rij om mij in hun poëziealbum te laten tekenen.” Hij wilde echter geen kunstenaar worden, maar priester bij de Jezuïeten. Zijn vader zag dat niet zo zitten. “Hij zei: ‘ga nou eerst in militaire dienst en dan kun je zien of je roeping ook echt is.’ Toen ben ik dus maar in militaire dienst gegaan, terwijl ik eigenlijk antimilitaristisch was.” Na de militaire dienst volgden een jaar kweekschool en uiteindelijk toch het seminarie. Zijn tijd op het seminarie was van korte duur. De Tweede Wereldoorlog brak uit en Leo Achterbergh werd geïnterneerd in een Jappenkamp. Hij was 21 jaar. “Ik heb drie jaar in een concentratiekamp gezeten. De negatieve ervaring van het concentratiekamp is belangrijk voor me geweest. Ik heb er ervaringen opgedaan die ik anders nooit opgedaan zou hebben. Mijn vader was bij mij. Hij was een echte Brabander, een binnenvetter, met de neiging tot somberen. Ik nam hem onder mijn hoede, niet andersom. Ik merkte al snel dat je het alleen maar kon redden door positief te blijven. In het kamp heb ik veel geleerd over vriendschap, jaloezie, het delen van angst, maar ook de kracht die dit je geeft. Ik heb er echt ‘de mens’ leren kennen. Er waren mensen die normaal een duur pak dragen en een dikke auto rijden, maar die daar heel klein waren. Dat dikke pak en die auto waren er niet meer, alleen de mens zelf bleef over. En heel eenvoudige mensen die normaal niet meetellen, alleen als belastingbetaler, werden daar grote mensen. Je gaat veel meer relativeren. Je bent gevangen, maar je denken is vrij. Je kunt denken wat je wil en anderen weten niet eens wat je denkt. In je hoofd heb je een autonoom gedeelte waar mensen niet aan kunnen komen. Ik moest hard werken, maar er waren ook momenten dat je niets hoefde te doen. Dan volgde ik cursussen filosofie bij professor Rijckevorsel, een Jezuïet. Hij is een van de mensen in mijn leven die bij mij zwaar telt. Hij heeft het niet gehaald, ik heb hem weg moeten dragen. Tijdens het werk maakte ik kennis met een Japanner, het klikte gewoon tussen ons. Heel raar. Dan zie je dat een oorlog niet door de mensen heen gaat, maar over de mensen heen, als een hete deken. Tijdens mijn werk voerden we hele gesprekken met elkaar. Dan moest je nog oppassen, want anders werd je gezien als een landverrader. Maar daar trok ik mij niets van aan, want ik was geen landverrader. Het was een gesprek van hart tot hart.” Nadat de oorlog in Nederlands Indië was beëindigd werd de zorg voor de voormalige concentratiekampgevangenen -hoe bizar dat ook moge klinken- overgelaten aan de voormalige Japanse bezetter. Nederland had haar handen vol aan het bestrijden van de Indonesische opstand. Leo Achterbergh: “Na de oorlog liep ik over straat met mijn kleine broertje en toen kwamen we hem, die Japanner waarmee ik een soort van band had opgebouwd, weer tegen. Hij gaf mijn broertje koekjes. Dat was heel wat, na drie jaar honger te hebben geleden. Wij hadden toen net het bericht gekregen dat mijn broer in Birma was omgekomen. Het enige commentaar van mijn moeder op de koekjes was ‘de ene Jap maakt je zoon dood en de andere Jap geeft je zoon koekjes.’ Verder hebben we er nooit meer over gesproken.” Na de oorlog verhuist het gezin terug naar Nederland. “Ik liet mijn plannen om priester te worden varen en ging psychologie studeren, geïnspireerd door professor Rijckevorsel. Het eerste tentamen dat ik deed, wijsbegeerte, heb ik aan hem opgedragen.” Leo Achterbergh komt bij de DAF in Eindhoven terecht, waar hij een psychologische dienst opricht. Hier blijft hij werken tot aan zijn pensioen. “Net als een priester kun je als psycholoog ook mensen van dienst zijn.” Leo Achterbergh trouwt met Henriëtte van Looveren en samen verhuizen ze in 1957 van Eindhoven naar Son en Breugel. Het stel krijgt drie kinderen: Jan, Ben en Marjet. “Ik vond het zo leuk om in een dorp te gaan wonen en om daar ook echt iets voor de gemeenschap te gaan doen. Ik heb acht jaar in de gemeenteraad gezeten voor de KVP en ik was actief in diverse besturen. Het was een druk bestaan. Maar in mijn vrije tijd, hoe weinig dat ook was, heb ik altijd getekend of geschilderd.” Het tekenen en schilderen krijgt echter pas echt zijn volle aandacht na zijn pensionering. “Er wordt te weinig bij stil gestaan, maar als je met pensioen gaat valt er een deur keihard achter je dicht. Je telt dan eigenlijk niet meer mee in de maatschappij, want je hebt het gehad. Het is belangrijk om actief te blijven.” Leo Achterbergh raakt betrokken bij diverse teken- en schildergroepen: op maandagochtend de portretgroep, op dinsdagmiddag de schildergroep De Sonse Joffers en op donderdag de DoMoTek (Donderdag Morgen Tekengroep). “Het zijn allemaal mensen die al een eigen stijl hebben ontwikkeld. Daar blijf ik vanaf, daar heb ik mij niet mee te bemoeien. Ik geef geen les, maar ik begeleid mensen. Het gaat mij om het overdragen van de ervaring van het tekenen of schilderen. Als je tekent of schildert dan ben je aan het doen, maar je beleeft ook wat. Het is een soort van gedrevenheid die ik bij mezelf ervaar. Soms pak ik gewoon papier en potlood en begin met lijnen te zetten. Op een gegeven moment komt daar iets uit. Ik wil mensen dus laten ervaren hoe zij tekenen en schilderen kunnen beleven. Het grappige is dat als je aan begeleiding doet je moet verwoorden hoe je zelf bezig bent. Dat is ook voor jezelf ontzettend belangrijk. Heel opmerkelijk. De meester is ook meteen leerling. Je moet aan zelfreflectie doen om dat door te kunnen geven.” Inmiddels is Leo Achterbergh 95 jaar. “Ik merk dat ik steeds meer praat over mensen die er niet meer zijn. Door over deze mensen te praten houd je hen levend, maar je hang naar hen wordt ook groter. Dat is echt het nadeel van ouder worden, dat de mensen om je heen wegvallen. Ik ben net zo’n boom in het bos die net niet omgehakt wordt, terwijl de rest om hem heen wel wordt omgehakt. Maar ik bof dat ik nog met veel dingen bezig kan zijn. Daar geniet ik ook van. Als je de gave hebt om bezig te zijn, dan moet je bezig zijn vind ik. Die gave is een gift, je krijgt het cadeau. Daar moet je zuinig op zijn.”

Foto: Leo Achterbergh. (foto: Jan Burgers).

Advertentie


Reacties


Advertentie